Boek: Spiral Dynamics

  • Spiral Dynamics - Denkfundamenten ontsluierd

Follow Max Herold on Twitter

Deze vraag stelde ik mijzelf toen ik in 1994 gemeenteraadslid werd.

Eerlijk gezegd wist ik toen het antwoord niet. Ik wist niet eens wat ‘goed’ in dit verband zou moeten voorstellen. Pas na 2006, toen ik ermee ophield, begon ik een beetje te zien waar het om gaat en hoe je het zou kunnen aanpakken.

Laat je om te beginnen niet in de war brengen door de enorme hoeveelheid informatie die je wordt voorgelegd. Het lijkt wel of al die informatie bedoeld is om je te overspoelen, zodat je je in arren moede wel moet overgeven aan het oordeel van de wethouder en zijn/haar ambtenaren. Daarmee wil ik niet zeggen dat hun oordeel meestal niet klopt, maar wel dat je als gemeenteraadslid tot een onafhankelijk oordeel moet zien te komen.

Maar hoe doe je dat?
Een belangrijk uitgangspunt is dat jij met je collega-raadsleden ook in die zin het ‘volk vertegenwoordigen’, dat jullie de enigen zijn die kunnen besluiten wat de burger wordt voorgeschoteld dan wel opgelegd. Bij allerlei zaken die het bedrijfsleven aan de consument voorschotelt, is er een keuzemogelijkheid voor de consument om al of niet op een aanbieding in te gaan.

Dat leidt desondanks toch nog tot veel slechte aankopen, maar per saldo bijna altijd tot een situatie waarin de consument zijn eigen portemonnee bewaakt. Bij de overheid heeft de burger geen keuze, hij moet het gebodene gewoon slikken en er nog voor betalen ook. Als de overheid terughoudend zou zijn met aanbiedingen, dan zou het misschien nog wel te behappen zijn.

Maar de ervaring leert dat de overheid net zo gretig is als het bedrijfsleven om de burger van alles en nog wat voor te schotelen, dus moet je als raadslid enorm op je qui-vive zijn. Laat ik een simpel voorbeeld noemen: onze wethouder wilde indertijd graag overal verkeersdrempels aanleggen omdat er een aantrekkelijke subsidiepot van de provincie beschikbaar was, maar verreweg de meeste bewoners zagen dat bepaald niet zitten. De gemeenteraad moest er uitdrukkelijk aan te pas komen om de wethouder terug te fluiten en hem dwingen zich te beperken tot een paar straten waar ook de bewoners wel inzagen dat drempels meerwaarde zouden hebben. In dit geval was het voor de raad vrij makkelijk om te zien dat de wethouder verkeerd bezig was, maar helaas zijn dit soort makkelijke voorbeelden schaars en is het in de meeste gevallen veel lastiger om tot een goed oordeel te komen.

Een tweede misschien nog wel belangrijker uitgangspunt is dat de gemeenteraad alleen tot een goede oordeelsvorming kan komen als de beleidsvoorbereiding op een open en transparante manier wordt uitgevoerd. Bestuurders hebben de neiging om dit slechts in beperkte mate te doen, omdat zij denken dat ze anders teveel worden gehinderd tijdens het proces dat tot het door hen gewenste besluit moet leiden. Zij hebben nogal eens de indruk dat burgers tijdens de beleidsontwikkeling eerder te zien zijn als hinderpalen dan als steunpilaren.

Omdat bestuurders al heel snel in het begin van een voorbereidingstraject keuzes maken (ook impliciete keuzes behoren daartoe) staan zij niet meer echt open voor andere benaderingen van het betreffende maatschappelijke probleem. Anders gezegd, zij ontwikkelen al gauw een tunnelvisie. De gemeenteraad moet in alle gevallen ruimte scheppen voor een open beleidsontwikkeling, geen genoegen nemen met in transparantie tijdens het beleidsproces en een wethouder met tunnelvisie hiermee confronteren. Hoe pak je dat dan aan als raadslid? Volgens mij komt het neer op het stellen van de juiste vragen.

De eerste vraag is: wat is nou eigenlijk het maatschappelijke probleem dat men probeert aan te pakken en is dat probleem deugdelijk geanalyseerd?
Is ook duidelijk gemaakt waarom en in hoeverre de overheid probleemeigenaar moet zijn? Wat vinden burgers er eigenlijk van en hebben die zich er duidelijk over kunnen uitspreken?
De overheid springt graag overal op af, omdat het daarmee zijn positie kan versterken, maar je moet oppassen dat de overheid zichzelf niet overbelast, want dat gaat uiteindelijk ten koste van beleid waar de overheid hoge prioriteit aan dient te geven.

De tweede vraag die je moet stellen betreft de doelstelling van de voorgenomen maatregel.
Niet alleen is daarbij van belang wat het concrete doel precies is maar vooral waaròm dat doel zo belangrijk is en voor wie. En wordt dat ook zo gezien door burgers?
Daarmee kom je hopelijk te weten welke waardengrondslag er is. Immers, politiek bestaat uit het toedelen van (schaarse) waarden, zoals bestuurskundigen zeggen, en als je dat bewust wilt doen moet je wel weten hoe het zit met de onderliggende waarden van een voorgestelde maatregel.

De derde vraag is op welke veronderstellingen de maatregel is gebaseerd?
Kan duidelijk worden gemaakt waarom het effectief zou zijn, kan het misschien ook doelmatiger, is er voldoende gelet op ongewenste neveneffecten, hoe zit het met de maatschappelijke acceptatie, is het consistent met andere maatregelen en met wetgeving, pakt het rechtvaardig uit, hoe uitvoerbaar is het. Kortom: hoe luidt de beleidstheorie m.b.t. de voorgestelde maatregel? De meeste beleidsvoorstellen vermelden niet de bijhorende beleidstheorie, waardoor vele besluiten op drijfzand zijn gebaseerd.

De vierde vraag is naar de toetsing van de beleidstheorie: welke bewijsvoering kan worden aangedragen dat het allemaal klopt?
Bronnen voor de bewijsvoering zijn: bestaande kennis uit wetenschap en praktijk, ervaringen elders, raadplegen van stakeholders en zeker ook van de bevolking, onderzoek dat door de gemeente zelf wordt geëntameerd. Moet je al die vragen als raadslid zelf beantwoorden? Dat mag wel, en mocht je toevallig veel weten van het betreffende onderwerp is dat ook zinvol, maar primair moet je bij een wethouder afdwingen dat hij/zij deze vragen gaat beantwoorden.

Dan is het nog wel de kunst om je niet met een kluitje in het riet te laten sturen, dus kom niet onder de indruk van schijnbaar stellige maar eigenlijk ontwijkende antwoorden, van een overvloed aan detailinformatie of van onbegrijpelijk technische antwoorden, maar vraag door totdat het allemaal duidelijk is geworden. Als elke gemeenteraad dit consequent volhoudt zal niet alleen de bestuurlijke cultuur maar vooral ook de kwaliteit van het beleid er sterk van opknappen.

Peter van Hoesel
April, 2017