Boek: Spiral Dynamics

  • Spiral Dynamics - Denkfundamenten ontsluierd

Follow Max Herold on Twitter

De duizelingwekkende jaren: Europa 1900-1914
Philipp Blom
Klik op: https://www.managementboek.nl/boek/9789023460022/de-duizelingwekkende-jaren-?affiliate=1910

Dit boek beslaat een zeer groot deel van de oriëntatiecursus Cultuurwetenschappen van de Open Universiteit. Elke week zal een hoofdstuk aan de onderstaande zeer uitgebreide samenvatting worden toegevoegd.
https://www.ou.nl/web/open-universiteit/opleiding?sku=CB0004 

Niets is minder ethisch dan de zogeheten seksuele ‘ moraal’; die berust geheel op sociale wenselijkheid {….} misschien wel het belangrijkste psychologische gegeven van onze tijd is de spanning tussen ethiek en sociale regels, die langzaam toeneemt en steeds onontkoombaarder wordt. Op dit procrustesbed wordt de moderne ziel zodanig uitgerekt, zo diepgaand verscheurd en beproefd, dat het moeilijk is de ideeëngeschiedenis een vergelijkbaar voorbeeld te vinden……
Tweede probleem, dat van de moderniteit, hoe de ziel te verzoenen met het enorme aantal nieuwe zaken. Het specifieke karakter van vandaag ligt in het feit dat geen andere tijd ooit het hoofd heeft moeten bieden aan zoveel nieuwe elementen’
- dagboeknotitie van graaf Harry Kessler, 7 april 1903 –

Afbeeldingsresultaat voor jacques-henri lartigue photography


Foto van Jacques-Henri Lartigue met door snelheid maar half gefotografeerde racewagen uit 1914 maakt hem 40 jaar later, toen deze werd tentoongesteld, wereldberoemd. Het toont precies de opwinding , de energie en de snelheid die zo belangrijk waren voor de jaren tussen de eeuwwisseling en de herfst van 1914.
Tegenwoordig wordt de periode voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vaak beschouwd als idyllish: de tijd voor de val, een ‘belle époque’ . Een ongerepte samenleving die op het punt stond verscheurd te worden. Dat beeld zou voor de doorsnee mensen van die tijd zeker verrassend zijn geweest. Ze was veel rauwer en kende fascinaties en angsten die dicht bij onze tijd liggen. Snelle technologische veranderingen, nieuwe communicatiemiddelen, globalisering en ingrijpende sociale verandering. En snelheid kan stimulerend aar ook zeer angstaanjagend zijn.

1900: verandering in de verhouding tussen mannen en vrouwen
In 1900 was het meest ingrijpend de verandering tussen mannen en vrouwen. Veel tekenen wezen erop dat mannen buitengewoon verontrust waren over het feit dat hun positie niet meer vanzelfsprekend was. Voor het eerst in de geschiedenis genoten vrouwen massaal onderwijs en verdienden hun eigen geld, eisten stemrecht en erger nog, wekten de suggestie dat fysieke kracht en krijgshaftige deugden hun langste tijd hadden gehad in het industriële tijdperk. De mannen reageerden door agressief oude waarden te benadrukken.

Niet eerder waren er op straat zoveel uniformen te zien. Waren er zoveel advertenties over de behandeling van ‘ mannelijke aandoeningen’ en ‘ zwakke zenuwen’. Niet eerder laagden zo veel mannen over uitputting en nervositeit en belandden er zoveel mannen in sanatoria en zelfs psychiatrische instellingen. Daaronder speelde het seksuele een rol, vaak in de vorm van bedreigde mannelijkheid. ‘ Bewijs’ daarvan werd gezien in dalende vruchtbaarheidscijfers van Europa en dan vooral de middenklasse.

Verloren Franse veriliteit
Frankrijk, zo stelden velen, was steriel geworden terwijl de ‘erfvijand’ (Duitsland) maar bleef groeien qua inwoneraantal en ook nog eens veel meer Nobelprijzen won op het gebied van natuur- en scheikunde dan welk ander land dan ook. Maar Frankrijk werd impotent, slap, en verwijfd ondanks alle maatregelen die daartegen waren getroffen, zoals het verbieden van abortus en advertenties van voorbehoedsmiddelen.
Als de Franse man niet langer in staat was voldoende kinderen te verwekken, dan was mogelijk de kern van de Franse grootheid en viriliteit, de militaire kaste ook aangetast. Ook Freud, die onderzoek had gedaan in Parijs, presenteerde de band tussen officieren en overdreven mannelijkheid als een gegeven.

'Ontmanningsgevoel' in de koloniën
ok in de koloniën speelde die zog. ‘ontmanning’ een rol. De weerzin in die tijd tegen een veronderstelde ontmanning door de oude koloniale machten of het ‘arrogante Westen’ heeft jonge islamitische mannen ertoe gebracht zich te doen gelden door de wapens op te pakken, of zich op te werpen als zelfmoordterroristen – opnieuw een echo uit een eerdere tijd, waarin tientallen anarchistische terroristen zich opbliezen bij aanslagen op leden van de Russische regering.

Eerste Wereldoorlog als katalysator
De Eerste wereldoorlog was niet de oorzaak van, maar een katalysator voor het uiteenvallen van de oude structuren en het ontstaan van nieuwe identiteiten. Deze duizelingwekkende tijden leken in veel opzichten op onze huidige tijd, niet in het minst vanwege hun open karakter: in 1910 en zelfs in 1914 had niemand een duidelijk idee ie de toekomst eruit zou zien, wie de macht zou hebben, welk politiek stelsel dominant zou worden, of welk soort samenleving uit die onstuimige veranderingen tevoorschijn zou komen. Alles wat in de loop van de 20ste eeuw belangrijk zou worden, van kwantummechanica, dieptepsychologie en vrouwenrechten, had zich al aangekondigd vóór 1914.

1900: de dynamo en de maagd
Het was een beeld van bijna 7 meter hoog, boven op de monumentale toegangspoort tot de ‘ Exposition Universelle’ in Parijs in 1900, dat bij velen in die tijd de wenkbrauwen deed fronzen. Het idee Parijs de gedaante te geven van een eigentijdse Parisienne, kwam van beeldhouwer Paul Moreau-Vauthier (1871-1936), een rijzende ster van 29 jaar oud. De wilde nu eens geen Griekse godin of sylfeachtig meisje, maar een eigentijdse, zelfverzekerde volwassen vrouw (als rolmodel actrice Sarah Bernhardt), die vol vertrouwen de nieuwe eeuw tegemoet zag.

De tentoonstelling was een grootse uitspatting, niet alleen een handelsbeurs en een wetenschappelijk congres, maar eerst en vooral ook een gigantisch kermisterrein voor bezoekers uit de eigenstad en toeristen uit heel Europa, de VS en de rest van de wereld. Onder hen Jean Sauvage, een onderwijzer uit Berlijn. Vermomd als Fransman maakte Sauvage talloze omzwervingen door de hele stad.

Sauvage was verbaasd over het ritme en de snelheid van leven in de metropool, de brede, fraaie straten, talloze winkels met diverse uitstallingen, advertenties, het vele autoverkeer en zelfs fietspaden die voorhanden waren. Maar zijn doel was toch vooral de Wereldtentoonstelling. Die strekte zich uitgerekt uit langs de Seine. Alles in die tentoonstelling was erop gericht te prikkelen, imponeren en overweldigen. Frankrijk, zo moest duidelijk zijn, was nog altijd het meest vooraanstaande land ter wereld.

De VS als nieuwkomer
Alle grote landen hadden een plek toegewezen gekregen om een architectonisch visitekaartje van hun cultuur neer te zetten. De VS zaten aanvankelijk niet vooraan op de eerste rij van de prestigieuze landenparade, en maakten stennis daarover. Dit doordat Ferdinand Peck, commissaris-generaal van de VS, zijn gastheren er tactloos aan herinnerde dat da Amerikaanse handelscijfers hoger waren dan die van Frankrijk en Duitsland bij elkaar en daar onbeschaamd aan toe te voegen: ‘De VS hebben zich zodanig ontwikkeld dat ze niet alleen aanspraak maken op een verheven positie onder de naties op aarde, maar ook de meest vooraanstaande positie in de beschaafde wereld.'

Identiteit gebaseerd op een ver verleden
De VS presenteerden zich cultureel als classisisme naar het voorbeeld van het Capitool, Duitsland gotisch (met de hoogste toren van iedereen), Italië renaissancistisch, Spanje middeleeuw-moors en Groot Brittannië via een variant op de vroeg 17de eeuwse architectuur.

De identiteit van deze landen, zo suggereerden deze gebouwen, bestond uit een ver verleden. Of dat nu in de oude naties was of in de Nieuwe Wereld. Zo was Eugène Atget (1857-1927) drie decennia lang bezig om het oude Parijs nog in foto’s te vangen voordat dit door bouwputten zou worden weggedrukt. De nostalgie werd vergiftigd door de wetenschap dat een tijdperk ten einde was gelopen, terwijl er nog geen tekenen waren van een nieuw.

Snelheid en neergang
Overal was verandering maar de snelheid van die ontwikkelingen ontnam mensen het zicht op de onveranderlijke waarden en principes waar velen naar zochten. De drijfveren en principes van de ouderen waren niet door jongeren overgenomen maar waren ook tegelijkertijd mogelijk de oorzaak van de neergang.

Schrijvers zoals Thomas Mann lieten in hun werken de ondergang van de ‘grande bourgeoisie’ zien. Stijn Streuvels schreef de roman ‘de Vlaschaard’ (1907) over een jongeman op het platteland die niet langer het leven van zijn voorouders wil leven. En was er de roman ‘de man in de mist’ (1014) van de Spanjaard Miguel de Unamuno, waarin de geplaagde hoofdpersoon zich direct tot zijn schepper richt om duidelijkheid te eisen over zijn raadselachtige bestaan. Wanneer hij erachter komt dat de auteur van plan is hem te doden, pleegt hij zelfmoord als een laatste, vergeefse bevestiging van zijn onafhankelijkheid.

Verloren zelfvertrouwen
Nachmerrie-achtige beelden van onvruchtbaarheid en (een veronderstelde relatie met) verloren zelfvertrouwen. En vele parallellen tussen de sociaal maatschappelijke ontwikkelingen en ooit zo grootste families die hun einde naderden, gecorrumpeerde adel, mannen verlamd door gedachten of lichamelijke kwalen, terwijl een nieuwe generatie van gehaaide sociale tijgers hun plaats inneemt.

Tijdens de tentoonstelling was slechts een klein deel gewijd aan ‘radicale’ kunst: werk van Gaugui, Seurat, Cézanne, Pissarro, Pacasso, Manet en Monet, ontaarde kunst ‘avant la lettre’. Sauvage bezocht de grote fruittentoonstelling, gebouwd voor 25000 mensen, waagde zich op de elektrische loopband, de wonderen in de Zaal van Illusies, de metaaltentoonstelling, de grootste diamant ter wereld, röntgenapparatuur, , Afrikaanse termietenheuvels, het Paleis van de Elektriciteit dat werd verlicht door 5000 gloeilampen, een enorme kraan en zoemende dynamo’s die stroom leverden voor al deze wonderen. Zoals hij stelde: ‘Je krijgt vol respect naar deze enorme machines, maar je voelt tegelijkertijd de koude rillingen over je rug lopen […..] als deze krachten worden ontketen, zullen ze nietige mensen als losse atomen wegblazen.’

Harrie Adams, historicus en romanschrijver (1838-1918) was eveneens overdonderd door de dynamo’s. de confrontatie met de machines voelde voor hem als een religieuze ervaring. Een dynamo was een symbool van oneindigheid, een morele kracht dat zonder geluid met een duizelingwekkende snelheid ronddraaide.

Er was ook een koloniale tentoonstelling aan overkant van de rivier. Hier konden toeschouwers zien hoe de bewoners van verscheidene verre landen leefden. Het was een fatsoenlijke, opwindende zorgeloze wereld. Je kon er winkelen bij een Caïrose ‘souk’, zien hoe Algerijnse ambachtslui tewerk gingen, eten in Chinese restaurants, Cambodjaanse pagoden aanschouwen, vrolijke tevreden (weldoorvoede) en elegant geklede inboordelingen aanschouwen. En voor wat betreft de Belgische Congo was er niet de minste verwijzing voor de grootse genocide die de aarde tot dan toe had gekend, begaan op persoonlijk gezag van Zijne Majesteit koning Leopold van Belgi’e, een van de hooggeëerde gasten van de Wereldtentoonstelling in 1900.

Einde van een natie
De wereldtentoonstelling toonde een nieuwe, technologische wereld gevat in de geruststellende verpakking van voorbije tijden. Maar voor veel Fransen was de nieuwe eeuw niet alleen onzeker, maar ook bedreigend. Een hele generatie had meegemaakt hoe de oorlog tegen Duitsland was verloren, hoe keizer Napoleon III gevangen werd genomen, hoe Elzas-Lotharingen aan Duitsland moest worden teruggegeven en de opkomst van Duitsland met e kroning van keizer Wilhelm I in de spiegelzaal van Versailles. En dan was er nog de Dreyfus-affaire in 1894 waarbij een onschuldige Joodse legerofficier erin was geluisd. Een affaire die Frankrijk tot op het bot had verdeeld. De schrijver Émile Zola schreef ten faveure van Dreyfuss zijn ‘J’accuse!’ in L’Aurore. Dat maakte dat hij voor 4 jaar naar Engeland vluchtte. Toen hij terugkwam, stierf hij door verstikking in zijn eigen huis omdat een dakdekker uit wraak een stuk hout over zijn schoorsteen had gelegd.

Dreyfus en het spook van de ondergang
Dreyfus was uitgegroeid tot een symbool van Frans onbehagen. Een generatie eerder nog was Frankrijk het onbetwiste middelpunt van de culturele wereld geweest. Parijs was ‘the place to be’. Dertig jaar later ging dat niet meer op. London was het financiële hart van de wereld geworden. Frankrijk werd achtervolgd door mislukking en de Fransen dreigden zelfs fysiek uit te sterven. In 1891 stierven er voor het eerst meer Fransen dan er werden geboren. Stijging van het aantal inwoners was alleen te danken aan immigratie, hoofdzakelijk uit België, Italië en Polen.

De Wereldtentoonstelling als remedie?
De Wereldtentoonstelling van 1900 was dan een manier voor de Fransen om weer eens succes te boeken. Maar niet iedereen liet zich in de luren leggen. ‘De stalen constructie van de Eiffeltoren gaat gehuld in gips’, schreef de Franse essayist Eugène-Melchior. En de joodse officier Dreyfus (joden werden vereenzelvigd met grootkapitaal en allerlei samenzweringstheorieën) was de ideale zondebok voor een natie die de weg kwijt leek te zijn. Bovendien woonde hij in de Elzas en had daardoor de schijn van een onduidelijke loyaliteit. ‘Allles komt door de joden en gaat terug naar de joden’, schreef Édouard Drumont in zijn bestseller ‘La France juive’. De socioloog René Gonnard zag de volgende oorzaken voor de nationale neergang: het stadsleven, de teruglopende belangstelling voor het geloof, , een algemeen pessimisme, de decadente oververfijning van de middenklasse en andere kenmerken van het moderne leven die vooral zichtbaar waren in grote ‘mensverslindende’ steden.

Stad versus het platte land
Metaforisch werd het beeld van de stad als een mensenetende reus gebruikt, met licht van starende elektrische ogen en een lichaam van staal en steen vergeleken met de verwarde god Saturnus die zijn eigen kinderen opat: de schepper die vernietigt. Het is niet moeilijk in al deze verhalen een sociale, maatschappelijke parallel te zien met ooit grootse families die hun einde naderden, over gecorrumpeerde oude adel, of mannen verlamd door gedachten of lichamelijke kwalen, terwijl een nieuwe generatie van gehaaide sociale tijgers hun plaats inneemt.

Een nerveuze generatie
Het was een nerveuze generatie, die een zekere tred en vaste grond onder de voeten was kwijtgeraakt door de snelle veranderingen. Dat leidde tot twijfels over vooruitgang en liberale waarden en stond, bij een nieuwe generatie schrijvers, angst en neergang centraal (niet decadentie). Zo werd de neurose in bijv. een novelle van Heinrich Mann een centraal idee. De jonge Sigmund Freud reisde speciaal naar de praktijk van Jean-Martin Charcot in Parijs om dit verschijnsel te bestuderen. Overal in Europa doken sanatoria op die goede zaken deden met de behandeling van zenuwinzinkingen, niet alleen van ‘hysterische vrouwen’, maar steeds vaker ook van mannen die zich overvraagd en onzeker voelden.

De dynamo en de maagd II
Niet iedereen keek met angst en beven naar al die veranderingen. Mensen die nieuwsgierig genoeg waren om door de nieuwe technologieën en culturele transformatie die deze veroorzaakten aan het denken te worden gezet, voelden hun verbeelding op hol slaan toen ze oog in oog stonden met de nieuwe machines die ze zagen op de Wereldtentoonstelling.

Niemand was echter zo profetisch als de Amerikaanse schrijver Henry Adams die werd ‘gevoerd’ door de plotselinge uitbarsting van ongekende (elektromechanische) krachten. Daar waar (vrouwelijke) seksualiteit ooit als drijvende creativiteit werd gezien, en deze was geneutraliseerd door religie (seks = zonde) gebeurde nu iets vergelijksbaars in zijn ogen. Hij schreef: “Wat nog het meest in de buurt komt van de revolutie van het jaar 1900 is die van 310, toen Constantijn zich achter het kruis stelde.” (Lees: Christendom tot staatsgodsdienst maakte).

Daarbij was het heden in zijn ogen hopeloos vulgair met zijn seksloze vrouwen in hun puriteinse, door vrouwenbladen veramde wereld als voor poëten als Apollinaire die zag hoe mensen zich begroeven in ‘juichende prospectussen’. Maar de fundamenteelste verandering was toch van de opkomst van de vrouw. Net als Dreyfus woelde die enorme, zelfverzekerde, eigentijdse vrouw die de bezoekers in de vorm van een standbeeld begroette bij de Wereldtentoonstelling, diepgewortelde sociale angsten los. Ze was te echt, te sterk, te verontrustend. Ze deed teveel denken aan de dingen die komen gingen.